Voor scholen

terug naar het onderwerp

Ondersteuningsmiddelen voor de scholen in 2017

€ 160 per leerling van PPO 

Ondersteuningsmiddelen voor de scholen in 2017 

Alle reguliere scholen in de regio Leiden ontvangen met ingang van 1 januari 2017 € 160 per leerling van PPO om passend onderwijs mogelijk te maken.

Dit bedrag  was in 2016 €126.40 per leerling. 

Inzet van middelen
Wij adviseren schoolbesturen een deel van de middelen beschikbaar te houden voor het realiseren van de ondersteuning voor leerlingen met een (complexe) ondersteuningsvraag in de klas. In het ondersteuningsteam (ouders, school, PPO en jeugdhulp) wordt vastgesteld wat de leerling nodig heeft om te voorzien in zijn onderwijsbehoefte.

Op deze manier geeft de school invulling aan haar zorgplicht. 

Verantwoording aan PPO
De besturen wordt gevraagd om de inzet van de middelen achteraf te verantwoorden aan het samenwerkingsverband. Immers het samenwerkingsverband ontvangt de middelen van OCW en dient realisatie van het beleid te kunnen koppelen aan de doelmatigheid van inzet van middelen.

In januari 2017 worden kaders vastgesteld voor deze verantwoording én voor het reserveringsbeleid. 

Uit de toelichting op de begroting 2017: 

I.1. Het bedrag per leerling voor het reguliere onderwijs wordt aangepast aan de hogere loonkosten en de stijging van de lumpsum tot afgerond € 105,‐ per leerling. In de afgelopen jaren is een dergelijke aanpassing nooit nodig geweest, omdat de financiële arbeidsvoorwaarden vrijwel bevroren waren. Dit is sinds de laatste cao’s veranderd.

I.3. Onder “aanvullende ondersteuning” worden de arrangementsmiddelen weergegeven, de feitelijke opvolger van de overgangsregeling LGF. Dit bedrag vormt een “communicerend” vat de met uitgaven aan extra ondersteuning in SBO en SO.

Vanaf 1 januari 2017 is een bedrag beschikbaar voor arrangementen van € 55,‐ per leerling. De ondersteuningsmiddelen voor het regulier onderwijs stijgen daarmee aanzienlijk (met € 480.000,‐)

Deze middelen worden middels dit bedrag per leerling aan de besturen beschikbaar gesteld. Uiteraard kunnen de besturen vervolgens hun eigen allocatiemodel toepassen.