Voor scholen

terug naar het onderwerp

Handelingsgerichte diagnostiek op de basisschool

Handelingsgerichte diagnostiek op de basisschool

Wat houdt Handelingsgerichte diagnostiek (HGD) voor jonge kinderen in risicosituaties in? 

Doel van het traject is het scherp krijgen van wat een kind nodig heeft om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen en op welke wijze de school dit het beste kan waarmaken. Ouders worden van meet af aan betrokken.

In de HGD-trajecten besteden we veel aandacht aan informatieverwerving over de ontwikkeling van het kind. We achterhalen in hoeverre de omgeving (school, ouders, buurt) van invloed is op de geremde ontwikkeling van het kind.  Al werkend en observerend krijgen school en ouders zicht op de specifieke behoeften van een kind op school en thuis. Dit inzicht kan vervolgens leiden tot een duidelijk beeld van gewenste veranderingen en aanpassingen in de leer­omgeving en eventueel thuis, waardoor de mogelijkheden voor optimale ontwikkeling worden vergroot.

De doelgroep

  • kinderen tussen 4 en 7 jaar met behoefte aan specifieke ondersteuning gelet op begeleiding en instructie;

  • kinderen die onvoldoende lijken te profiteren van een onderwijsleeromgeving en daardoor kwetsbaar zijn binnen de basisschool;

In het traject ‘Handelingsgerichte diagnostiek voor jonge kinderen in risicosituaties’ is gekozen voor ‘praktijkdiagnostiek’. Dit betekent dat we ervan uit gaan dat de leraar veel invloed heeft op de ontwikkeling van een kind. Omdat je als leraar dagelijks werkt met een kind ben je beter dan wie dan ook in staat om diagnostische activiteiten uit te voeren, die overeen komen met de activiteiten die in het reguliere aanbod centraal staan.  Het uitvoeren van diagnostische activiteiten schept helderheid ten aanzien van de onderwijsbehoeften van een kind en de leerbaarheid ten aanzien van de schoolse vaardigheden die van kinderen in de eerste jaren van het basisonderwijs worden verwacht.

Voor het uitvoeren van de diagnostische activiteiten hanteren we vijf ‘regiegebieden’. Met een regiegebied bedoelen we een onderwijsdomein met specifieke leerkrachtvaardigheden:

  • Het creëren van goed pedagogisch klimaat (relaties):

  • Kinderen stimuleren tot communicatie

  • Kinderen stimuleren tot zelfregulering;

  • Kinderen stimuleren van samenwerkend leren;

  • Kinderen stimuleren tot (leren) reflecteren.

Het plannen en uitvoeren van gerichte interventies door de leraar binnen deze regiegebieden en de reacties daarop van het kind vormen een wezenlijk onderdeel om het beeld van het kind helder te krijgen.

De opbouw van het HGD-traject is gebaseerd op een aantal fasen. Samen met de extern begeleider zullen deze fasen doorlopen worden, waarbij van belang is te doen wat nodig is. Samen zal gekeken worden wat al bekend is van een kind en hoe het traject zal gaan verlopen. De extern begeleider zal het proces begeleiden.

Hoe zijn ouders erbij betrokken?
Contact met ouders is essentieel. Ouders kunnen de school vertellen wat zij zelf ervaren bij de opvoeding van hun kind. Hun ervaringen kunnen heel helpend zijn in het proces om het gedrag van hun kind beter te duiden. In fase 1 en 2 wordt er ingegaan op de rol van ouders tijdens het proces. Verder zal na iedere fase een gesprek plaatsvinden met ouders voor terugkoppeling en uitwisseling van informatie. Ook is het van belang dat zij zich nadrukkelijk betrokken voelen bij het intensieve traject dat met hun kind doorlopen wordt en kan gekeken worden hoe ouders invloed kunnen hebben op een positieve ontwikkeling van hun kind.

Wat wordt van de leraar verwacht?
Van de leraar wordt het volgende verwacht:

  • Bereidheid om te reflecteren op de eigen houding en vaardigheden

  • Motivatie om een verdiepingsslag uit te voeren om meer inzicht te krijgen in de onderwijsbehoeften van een kind via het doorlopen van de fasen van Handelingsgerichte diagnostiek.

  • Het doorlopen van de fasen van handelingsgerichte diagnostiek in nauwe samenwerking met de intern begeleider en de externe begeleider.

  • Verslaglegging, in samenwerking met de intern en extern begeleider, aan de hand van aangereikte formats (indien nodig; afhankelijk van al gebruikte verslaglegging), komen tot beknopte en kernachtig beschrijvingen zijn hierbij het uitgangspunt. Dit omvat ook het invullen van vragenlijsten.

  • Het gehele traject is als een scholingstraject te beschouwen. Dit betekent dat deelname aan het traject, in het kader van professionalisering, extra inzet zal vragen. Hoeveel inzet gevraagd wordt is afhankelijk van de complexiteit van de casus.

Wat wordt van de intern begeleider verwacht?

Voor een belangrijk deel gaat het om dezelfde verwachtingen als die van de leraar.

Voor de intern begeleider zijn daarnaast de volgende zaken van belang:

  • Er wordt verwacht dat de fasen van handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek bekend zijn en dat de intern begeleider de leerkracht handelingsgericht begeleidt.

  • Goede communicatie en begeleidingsvaardigheden. De intern begeleider kijkt mee over de schouder van de leerkracht naar uitingen van het kind, helpt de leerkracht relaties te zien tussen eigen houding en handelen en het ontwikkelingsverloop van het kind, helpt om onderzoeksvragen te formuleren en het onderzoeksplan uit te werken. Ook gesprekspartner zijn samen met de extern begeleider en de ouders is een belangrijke rol, net als meekijken in de uitvoering van het onderzoeksplan.

Welke rol speelt de extern begeleider?
De extern begeleider begeleidt de intern begeleider en leerkracht bij het proces. Zij zorgt ervoor dat de stappen op de juiste wijze uitgevoerd worden, ondersteunt de intern begeleider bij de uitwerking van de te nemen stappen en denkt mee over de invulling en uitvoering van het onderzoeksplan.

Deze tekst is ook als flyer te downloaden.