Een ondersteuningsteam op de Vlieger (SBO) met ouders en basisschool

“Direct betrokkenen bepalen zelf wat passend is“

Gijs, een jongen van 8 jaar, komt steeds verdrietig uit school. Dit verontrust de ouders steeds meer. Gijs denkt op voorhand dat het hem niet lukt op school. Toch heeft hij mogelijkheden en de school geeft aan dat hij met veel aandacht en stimulans vooruit gaat. Is de basisschool de beste plek voor Gijs of krijgt hij binnen een school voor speciaal basisonderwijs meer kansen om zich te ontwikkelen?

Gijs is 8 jaar en zit in groep 4 van een basisschool. Hij heeft verbaal erg veel in huis.  Maar hij heeft moeite met plannen en structureren. Concentreren kost hem veel moeite en hij klaagt regelmatig over een “vol hoofd”. Hij heeft een lichte vorm van dyslexie.
Op school is hij snel ontmoedigd en heeft hij vaak het idee dat hij het niet kan. Hij vraagt veel hulp en begeleiding waarbij hij soms hulpeloos gedrag laat zien en vervalt in een passieve houding. 

Gijs heeft in de afgelopen jaren veel hulp gekregen: kindertherapie, motorische remedial teaching. Hij kreeg medicatie. Momenteel krijgt hij therapie bij de GGZ  en de ouders worden er begeleid. Op school zijn veel gesprekken gevoerd met de ouders en er zijn plannen opgesteld. Voor Gijs zijn compenserende maatregelen genomen voor rekenen en lezen. Hij kreeg remedial teaching. 

De school geeft aan dat Gijs met de juiste aanpak te motiveren is en dat hij blij kan zijn als iets hem lukt. Ze kunnen met hem verder, zeker nu de school met de adviseur passend onderwijs een ontwikkelingsperspectiefplan heeft opgesteld met veel aandacht voor de beleving van Gijs en voor zijn zelfbeeld.
De moeder van Gijs neemt contact op met de Vlieger en met de adviseur passend onderwijs waarbij ze haar grote zorgen uitspreekt over haar zoon: hij komt huilend uit school, hij maakt een ongelukkige indruk, hij is faalangstig, sociale relaties worden minder en er zijn spanningen rondom het huiswerk. Sinds de zomer zijn er lichamelijke  klachten. Ze wil Gijs zo snel mogelijk op het SBO hebben. 

Kortom: De school “ziet” een andere Gijs dan de ouders thuis. De school kan met hem door en de ouders willen zo snel mogelijk naar het speciaal basisonderwijs. Er is een duidelijk verschil van mening. Kan dit een conflict worden? 

Vanuit het samenwerkingsverband wordt daarom een Ondersteuningsteam georganiseerd op de Vlieger. Daarbij zijn aanwezig de beide ouders, de directie en de leerkracht van de basisschool, de intern begeleider van de Vlieger, de adviseur passend onderwijs en de onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband. De begeleider van de GGZ  is ook uitgenodigd maar kan niet komen. Wel is er vooraf telefonisch overleg van  de GGZ  met de onderwijsspecialist. Alle betrokkenen krijgen eerst een rondleiding op de school. Dit om een duidelijker beeld te krijgen van wat de Vlieger kan bieden, hoe het onderwijs georganiseerd is en wat voor kinderen op de school zitten. Daarna vindt het OT plaats. Het doel is met elkaar te inventariseren wat de ondersteuningsbehoeften van Gijs zijn en welke vorm van onderwijs het beste aan die behoeften kan voldoen.
Aan het einde van dit overleg geeft de school aan dat ze een overstap van Gijs van hun school naar de Vlieger wel een grote verandering vinden voor Gijs maar dat ze ook de zorgen van de ouders ernstig nemen. De  school zal daarom achter een overstap staan als de ouders daarvoor zouden kiezen en geeft de ouders de verzekering dat Gijs, als hij op de Vlieger toch niet op zijn plek blijkt te zitten, altijd weer welkom is op zijn  “oude” school. De ouders besluiten vervolgens ter plekke Gijs aan te melden bij de Vlieger. 

Welke aspecten van “het nieuwe arrangeren” worden hier duidelijk?

  • De direct betrokkenen bepalen wat passend is; niet een externe commissie
  • De basisschool en de speciale basisschool werken nauwer samen en leren van elkaar
  • Ouders zijn veel nauwer bij de besluitvorming betrokken dan vroeger
  • Het samenwerkingsverband (adviseur passend onderwijs en onderwijsspecialist) speelt een rol bij de route en faciliteert
  • We hebben binnen het samenwerkingsverband afspraken over de route bij het arrangeren maar ook daarin doen we wat passend is
  • Een verslag van dit ondersteuningsteam en een verslag van een overleg tussen ouders, bao en sbo dat nog volgt, vormen het dossier op basis waarvan een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) afgegeven kan worden: minder bureaucratie